Jeremia 29:11-14

Statenvertaling · Brief aan de ballingen in Babel

11Want Ik weet de gedachten, die Ik over u denk, spreekt de HEERE, gedachten des vredes, en niet des kwaads, dat Ik u geve het einde en de verwachting.

12Dan zult gij Mij aanroepen, en henengaan, en tot Mij bidden; en Ik zal naar u horen.

13En gij zult Mij zoeken en vinden, wanneer gij naar Mij zult vragen met uw ganse hart.

14En Ik zal van ulieden gevonden worden, spreekt de HEERE, en Ik zal uw gevangenis wenden, en u vergaderen uit al de volken, en uit al de plaatsen, waarhenen Ik u gedreven heb, spreekt de HEERE; en Ik zal u wederbrengen tot de plaats, van waar Ik u gevankelijk heb doen wegvoeren.

Lees heel Jeremia 29 →

Bijbelse onderwerpen bij dit vers

Lees Jeremia 29:11-14 in de interactieve Bijbel →