Jeremia 1:7-10

Statenvertaling · De roeping van Jeremia

7Maar de HEERE zeide tot mij: Zeg niet: Ik ben jong; want overal, waarhenen Ik u zenden zal, zult gij gaan, en alles, wat Ik u gebieden zal, zult gij spreken.

8Vrees niet voor hun aangezicht, want Ik ben met u, om u te redden, spreekt de HEERE.

9En de HEERE stak Zijn hand uit, en roerde mijn mond aan; en de HEERE zeide tot mij: Zie, Ik geef Mijn woorden in uw mond.

10Zie, Ik stel u te dezen dage over de volken en over de koninkrijken, om uit te rukken, en af te breken, en te verderven, en te verstoren; ook om te bouwen en te planten.

Lees heel Jeremia 1 →

Bijbelse onderwerpen bij dit vers

Lees Jeremia 1:7-10 in de interactieve Bijbel →