Statenvertaling · Tegen ontrouwe priesters en een ontrouw volk
17Efraim is vergezeld met de afgoden; laat hem varen.
18Hunlieder zuiperij is afvallig; zij doen niet dan hoereren; hun schilden (het is een schande!) beminnen het woord: Geeft.
19Een wind heeft hen gebonden in zijn vleugelen, en zij zullen beschaamd worden vanwege hun offeranden.