Hosea 13:3-11

Statenvertaling · Des Heren toorn treft Efraïm

3Daarom zullen zij zijn als een morgenwolk, en als een vroegkomende dauw, die henengaat; als kaf van den dorsvloer, en als rook uit den schoorsteen wordt weggestormd.

4Ik ben toch de HEERE, uw God, van Egypteland af; daarom zoudt gij geen God kennen dan Mij alleen, want er is geen Heiland dan Ik.

5Ik heb u gekend in de woestijn, in een zeer heet land.

6Daarna zijn zij, naardat hunlieder weide was, zat geworden; als zij zat zijn geworden, heeft zich hun hart verheven; daarom hebben zij Mij vergeten.

7Dies werd Ik hun als een felle leeuw; als een luipaard loerde Ik op den weg.

8Ik ontmoette hen als een beer, die van jongen beroofd is, en scheurde het slot huns harten; en Ik verslond ze aldaar als een oude leeuw; het wild gedierte des velds verscheurde hen.

9Het heeft u bedorven, o Israel! want in Mij is uw hulp.

10Waar is uw koning nu? Dat hij u behoude in al uw steden! En uw richters, waar gij van zeidet: Geef mij een koning en vorsten?

11Ik gaf u een koning in Mijn toorn en nam hem weg in Mijn verbolgenheid.

Lees heel Hosea 13 →

Bijbelse onderwerpen bij dit vers

Lees Hosea 13:3-11 in de interactieve Bijbel →