Statenvertaling · Efraïm en zijn stamvader Jakob
3In moeders buik hield hij zijn broeder bij de verzenen; en in zijn kracht gedroeg hij zich vorstelijk met God.
4Ja, hij gedroeg zich vorstelijk tegen den Engel, en overmocht Hem; hij weende en smeekte Hem. Te Beth-el vond hij Hem, en aldaar sprak Hij met ons;
5Namelijk, de HEERE, de God der heirscharen; HEERE is Zijn gedenknaam.