Hooglied 4:13-16

Statenvertaling · Lied van de bruidegom op de schoonheid der bruid

13Uw scheuten zijn een paradijs van granaatappelen, met edele vruchten, cyprus met nardus;

14Nardus en saffraan, kalmus en kaneel, met allerlei bomen van wierook, mirre en aloe, mitsgaders alle voornaamste specerijen.

15O fontein der hoven, put der levende wateren, die uit Libanon vloeien!

16Ontwaak, noordenwind! en kom, Gij zuidenwind! doorwaai mijn hof, dat zijn specerijen uitvloeien. O, dat mijn Liefste tot Zijn hof kwame, en ate zijn edele vruchten!

Lees heel Hooglied 4 →

Bijbelse onderwerpen bij dit vers

Lees Hooglied 4:13-16 in de interactieve Bijbel →