Hebreeën 9:18-26

Statenvertaling · Het heiligdom op aarde en in de hemel

18Waarom ook het eerste niet zonder bloed is ingewijd.

19Want als al de geboden, naar de wet van Mozes, tot al het volk uitgesproken waren, nam hij het bloed der kalveren en bokken, met water, en purperen wol, en hysop, besprengde beide het boek zelf, en al het volk,

20Zeggende: Dit is het bloed des testaments, hetwelk God aan ulieden heeft geboden.

21En hij besprengde desgelijks ook den tabernakel, en al de vaten van den dienst met het bloed.

22En alle dingen worden bijna door bloed gereinigd naar de wet, en zonder bloedstorting geschiedt geen vergeving.

23Zo was het dan noodzaak, dat wel de voorbeeldingen der dingen, die in de hemelen zijn, door deze dingen gereinigd werden, maar de hemelse dingen zelve door betere offeranden dan deze.

24Want Christus is niet ingegaan in het heiligdom, dat met handen gemaakt is, hetwelk is een tegenbeeld van het ware, maar in den hemel zelven, om nu te verschijnen voor het aangezicht van God voor ons;

25Noch ook, opdat Hij Zichzelven dikwijls zou opofferen, gelijk de hogepriester alle jaar in het heiligdom ingaat met vreemd bloed;

26(Anders had Hij dikwijls moeten lijden van de grondlegging der wereld af) maar nu is Hij eenmaal in de voleinding der eeuwen geopenbaard, om de zonde te niet te doen, door Zijnzelfs offerande.

Lees heel Hebreeën 9 →

Bijbelse onderwerpen bij dit vers

Lees Hebreeën 9:18-26 in de interactieve Bijbel →