Statenvertaling · Christus en Melchisedek
6Maar hij, die zijn geslachtsrekening uit hen niet heeft, die heeft van Abraham tienden genomen, en hem, die de beloftenissen had, heeft hij gezegend.
7Nu, zonder enig tegenspreken, hetgeen minder is, wordt gezegend van hetgeen meerder is.
8En hier nemen wel tienden de mensen, die sterven, maar aldaar neemt ze die, van welken getuigd wordt, dat hij leeft.
9En, om zo te spreken, ook Levi, die tienden neemt, heeft door Abraham tienden gegeven;
10Want hij was nog in de lenden des vaders, als hem Melchizedek tegemoet ging.