Handelingen 9:20-29

Statenvertaling · De bekering van Saulus

20En hij predikte terstond Christus in de synagogen, dat Hij de Zoon van God is.

21En zij ontzetten zich allen, die het hoorden, en zeiden: Is deze niet degene, die te Jeruzalem verstoorde, wie dezen Naam aanriepen, en die daarom hier gekomen is, opdat hij dezelve gebonden zou brengen tot de overpriesters?

22Doch Saulus werd meer en meer bekrachtigd, en overtuigde de Joden, die te Damaskus woonden, bewijzende, dat deze de Christus is.

23En als vele dagen verlopen waren, zo hielden de Joden te zamen raad, om hem te doden.

24Maar hun lage werd Saulus bekend; en zij bewaarden de poorten, beide des daags en des nachts, opdat zij hem doden mochten.

25Doch de discipelen namen hem des nachts, en lieten hem neder door den muur, hem aflatende in een mand.

26Saulus nu, te Jeruzalem gekomen zijnde, poogde zich bij de discipelen te voegen; maar zij vreesden hem allen, niet gelovende, dat hij een discipel was.

27Maar Barnabas, hem tot zich nemende, leidde hem tot de apostelen, en verhaalde hun, hoe hij op den weg den Heere gezien had, en dat Hij tot hem gesproken had; en hoe hij te Damaskus vrijmoediglijk gesproken had in den Naam van Jezus.

28En hij was met hen ingaande en uitgaande te Jeruzalem;

29En vrijmoediglijk sprekende in den Naam van den Heere Jezus, sprak hij ook, en handelde tegen de Griekse Joden; maar deze trachtten hem te doden.

Lees heel Handelingen 9 →

Bijbelse onderwerpen bij dit vers

Lees Handelingen 9:20-29 in de interactieve Bijbel →