Handelingen 9:14-18

Statenvertaling · De bekering van Saulus

14En heeft hier macht van de overpriesters, om te binden allen, die Uw Naam aanroepen.

15Maar de Heere zeide tot hem: Ga heen; want deze is Mij een uitverkoren vat, om Mijn Naam te dragen voor de heidenen, en de koningen, en de kinderen Israels.

16Want Ik zal hem tonen, hoeveel hij lijden moet om Mijn Naam.

17En Ananias ging heen en kwam in het huis; en de handen op hem leggende, zeide hij: Saul, broeder! de Heere heeft mij gezonden, namelijk Jezus, Die u verschenen is op den weg, dien gij kwaamt, opdat gij weder ziende en met den Heiligen Geest vervuld zoudt worden.

18En terstond vielen af van zijn ogen gelijk als schellen, en hij werd terstond wederom ziende; en stond op, en werd gedoopt.

Lees heel Handelingen 9 →

Bijbelse onderwerpen bij dit vers

Lees Handelingen 9:14-18 in de interactieve Bijbel →