Handelingen 8:18-23

Statenvertaling · Filippus te Samaria – Simon de tovenaar

18En als Simon zag, dat, door de oplegging van de handen der apostelen de Heilige Geest gegeven werd, zo bood hij hun geld aan,

19Zeggende: Geeft ook mij deze macht, opdat, zo wien ik de handen opleg, hij den Heiligen Geest ontvange.

20Maar Petrus zeide tot hem: Uw geld zij met u ten verderve, omdat gij gemeend hebt, dat de gave Gods door geld verkregen wordt!

21Gij hebt geen deel noch lot in dit woord: want uw hart is niet recht voor God.

22Bekeer u dan van deze uw boosheid, en bid God, of misschien u deze overlegging uws harten vergeven wierd.

23Want ik zie, dat gij zijt in een gans bittere gal en samenknoping der ongerechtigheid.

Lees heel Handelingen 8 →

Bijbelse onderwerpen bij dit vers

Lees Handelingen 8:18-23 in de interactieve Bijbel →