Handelingen 7:50-60

Statenvertaling · Stefanus’ verdediging

50Heeft niet Mijn hand al deze dingen gemaakt?

51Gij hardnekkigen en onbesnedenen van hart en oren, gij wederstaat altijd den Heiligen Geest; gelijk uw vaders, alzo ook gij.

52Wien van de profeten hebben uw vaders niet vervolgd? En zij hebben gedood degenen, die te voren verkondigd hebben de komst des Rechtvaardigen, van Welken gijlieden nu verraders en moordenaars geworden zijt.

53Gij, die de wet ontvangen hebt door bestellingen der engelen, en hebt ze niet gehouden!

54Als zij nu dit hoorden, berstten hun harten, en zij knersten de tanden tegen hem.

55Maar hij, vol zijnde des Heiligen Geestes, en de ogen houdende naar den hemel, zag de heerlijkheid Gods, en Jezus, staande ter rechter hand Gods.

56En hij zeide: Ziet, ik zie de hemelen geopend, en den Zoon des mensen, staande ter rechter hand Gods.

57Maar zij, roepende met grote stemme, stopten hun oren, en vielen eendrachtelijk op hem aan;

58En wierpen hem ter stad uit, en stenigden hem; en de getuigen legden hun klederen af aan de voeten eens jongelings, genaamd Saulus.

59En zij stenigden Stefanus, aanroepende en zeggende: Heere Jezus, ontvang mijn geest.

60En vallende op de knieen, riep hij met grote stem: Heere, reken hun deze zonde niet toe! En als hij dat gezegd had, ontsliep hij.

Lees heel Handelingen 7 →

Bijbelse onderwerpen bij dit vers

Lees Handelingen 7:50-60 in de interactieve Bijbel →