Handelingen 27:12-20

Statenvertaling · Paulus naar Rome

12En alzo de haven ongelegen was om te overwinteren, vond het meerder deel geraden ook van daar te varen, of zij enigszins te Fenix konden aankomen om te overwinteren, zijnde een haven in Kreta, strekkende tegen het zuidwesten en tegen het noordwesten.

13En alzo de zuidenwind zachtelijk waaide, meenden zij hun voornemen verkregen te hebben, en afgevaren zijnde, zeilden zij dicht voorbij Kreta henen.

14Maar niet lang daarna, sloeg tegen hetzelve een stormwind, genaamd Euroklydon.

15En als het schip daarmede weggerukt werd, en niet kon tegen den wind opzeilen, gaven wij het op, en dreven heen.

16En lopende onder een zeker eilandje, genaamd Klauda, konden wij nauwelijks de boot machtig worden.

17Dewelke opgehaald hebbende, gebruikten zij alle behulpselen, het schip ondergordende; en alzo zij vreesden, dat zij op de droogte Syrtis vervallen zouden, streken zij het zeil, en dreven alzo henen.

18En alzo wij van het onweder geweldiglijk geslingerd werden, deden zij den volgende dag een uitworp;

19En den derden dag wierpen wij met onze eigen handen het scheepsgereedschap uit.

20En als noch zon noch gesternten verschenen in vele dagen, en geen klein onweder ons drukte, zo werd ons voort alle hoop van behouden te worden benomen.

Lees heel Handelingen 27 →

Bijbelse onderwerpen bij dit vers

Lees Handelingen 27:12-20 in de interactieve Bijbel →