Handelingen 20:25-33

Statenvertaling · Van Macedonië naar Troas

25En nu ziet, ik weet, dat gij allen, waar ik doorgegaan ben, predikende het Koninkrijk Gods, mijn aangezicht niet meer zien zult.

26Daarom betuig ik ulieden op deze huidigen dag, dat ik rein ben van het bloed van u allen.

27Want ik heb niet achtergehouden, dat ik u niet zou verkondigd hebben al den raad Gods.

28Zo hebt dan acht op uzelven en op de gehele kudde, over dewelke u de Heilige Geest tot opzieners gesteld heeft, om de Gemeente Gods te weiden, welke Hij verkregen heeft door Zijn eigen bloed.

29Want dit weet ik, dat na mijn vertrek zware wolven tot u inkomen zullen, die de kudde niet sparen.

30En uit uzelven zullen mannen opstaan, sprekende verkeerde dingen, om de discipelen af te trekken achter zich.

31Daarom waakt, en gedenkt, dat ik drie jaren lang nacht en dag, niet opgehouden heb een iegelijk met tranen te vermanen.

32En nu, broeders, ik bevele u Gode, en den woorde Zijner genade, Die machtig is u op te bouwen, en u een erfdeel te geven onder al de geheiligden.

33Ik heb niemands zilver, of goud, of kleding begeerd.

Lees heel Handelingen 20 →

Bijbelse onderwerpen bij dit vers

Lees Handelingen 20:25-33 in de interactieve Bijbel →