Statenvertaling · De uitstorting van de heilige Geest
13En anderen, spottende, zeiden: Zij zijn vol zoeten wijns.
14Maar Petrus, staande met de elven, verhief zijn stem, en sprak tot hen: Gij Joodse mannen, en gij allen, die te Jeruzalem woont, dit zij u bekend, en laat mijn woorden tot uw oren ingaan.
15Want deze zijn niet dronken, gelijk gij vermoedt; want het is eerst de derde ure van de dag.