Handelingen 17:29-30

Statenvertaling · Paulus te Tessalonica en Berea

29Wij dan, zijnde Gods geslacht, moeten niet menen, dat de Godheid goud, of zilver, of steen gelijk zij, welke door mensenkunst en bedenking gesneden zijn.

30God dan, de tijden der onwetendheid overzien hebbende, verkondigt nu allen mensen alom, dat zij zich bekeren.

Lees heel Handelingen 17 →

Bijbelse onderwerpen bij dit hoofdstuk

Lees Handelingen 17:29-30 in de interactieve Bijbel →