Handelingen 14:11-18

Statenvertaling · Terug naar Antiochië

11En de scharen, ziende, hetgeen Paulus gedaan had, verhieven hun stemmen, en zeiden in het Lycaonisch: De goden zijn den mensen gelijk geworden, en tot ons nedergekomen.

12En zij noemden Barnabas Jupiter, en Paulus Mercurius, omdat hij het woord voerde.

13En de priester van Jupiter, die voor hun stad was, als hij ossen en kransen aan de voorpoorten gebracht had, wilde hij offeren met de scharen.

14Maar de apostelen, Barnabas en Paulus, dat horende, scheurden hun klederen, en sprongen onder de schare, roepende,

15En zeggende: Mannen, waarom doet gij deze dingen? Wij zijn ook mensen van gelijke bewegingen als gij, en verkondigen ulieden, dat gij u zoudt van deze ijdele dingen bekeren tot den levenden God, Die gemaakt heeft den hemel, en de aarde, en de zee, en al hetgeen in dezelve is;

16Welke in de verledene tijden al de heidenen heeft laten wandelen in hun wegen;

17Hoewel Hij nochtans Zichzelven niet onbetuigd gelaten heeft, goed doende van den hemel, ons regen en vruchtbare tijden gevende, vervullende onze harten met spijs en vrolijkheid.

18En dit zeggende, wederhielden zij nauwelijks de scharen, dat zij hun niet offerden.

Lees heel Handelingen 14 →

Bijbelse onderwerpen bij dit vers

Lees Handelingen 14:11-18 in de interactieve Bijbel →