Statenvertaling · Naar Antiochië in Pisidië
16En Paulus stond op, en wenkte met de hand, en zeide: Gij Israelietische mannen, en gij, die God vreest, hoort toe.
17De God van dit volk Israel heeft onze vaderen uitverkoren, en het volk verhoogd, als zij vreemdelingen waren in het land Egypte, en heeft hen met een hogen arm daaruit geleid.
18En heeft omtrent den tijd van veertig jaren hun zeden verdragen in de woestijn.