Handelingen 10:11-15

Statenvertaling · Cornelius

11En hij zag den hemel geopend, en een zeker vat tot hem nederdalen, gelijk een groot linnen laken, aan de vier hoeken gebonden, en nedergelaten op de aarde;

12In hetwelk waren al de viervoetige dieren der aarde, en de wilde, en de kruipende dieren, en de vogelen des hemels.

13En er geschiedde een stem tot hem: Sta op, Petrus! slacht en eet.

14Maar Petrus zeide: Geenszins, Heere! want ik heb nooit gegeten iets, dat gemeen of onrein was.

15En een stem geschiedde wederom ten tweeden male tot hem: Hetgeen God gereinigd heeft, zult gij niet gemeen maken.

Lees heel Handelingen 10 →

Bijbelse onderwerpen bij dit vers

Lees Handelingen 10:11-15 in de interactieve Bijbel →