Genesis 7:17-24

Statenvertaling · Noach gaat in de ark

17En die vloed was veertig dagen op de aarde, en de wateren vermeerderden, en hieven de ark op, zodat zij oprees boven de aarde.

18En de wateren namen de overhand, en vermeerderden zeer op de aarde; en de ark ging op de wateren.

19En de wateren namen gans zeer de overhand op de aarde, zodat alle hoge bergen, die onder den ganse hemel zijn, bedekt werden.

20Vijftien ellen omhoog namen de wateren de overhand, en de bergen werden bedekt.

21En alle vlees, dat zich op de aarde roerde, gaf den geest, van het gevogelte, en van het vee, en van het wild gedierte, en van al het kruipend gedierte, dat op de aarde kroop, en alle mens.

22Al wat een adem des geestes des levens in zijn neusgaten had, van alles wat op het droge was, is gestorven.

23Alzo werd verdelgd al wat bestond, dat op den aardbodem was, van den mens aan tot het vee, tot het kruipend gedierte, en tot het gevogelte des hemels, en zij werden verdelgd van de aarde; doch Noach alleen bleef over, en wat met hem in de ark was.

24En de wateren hadden de overhand boven de aarde, honderd en vijftig dagen.

Lees heel Genesis 7 →

Bijbelse onderwerpen bij dit vers

Lees Genesis 7:17-24 in de interactieve Bijbel →