Genesis 7:10-15

Statenvertaling · Noach gaat in de ark

10En het geschiedde na die zeven dagen, dat de wateren des vloeds op de aarde waren.

11In het zeshonderdste jaar des levens van Noach, in de tweede maand, op de zeventiende dag der maand, op dezen zelfden dag zijn alle fonteinen des groten afgronds opengebroken, en de sluizen des hemels geopend.

12En een plasregen was op de aarde veertig dagen en veertig nachten.

13Even op dienzelfden dag ging Noach, en Sem, en Cham, en Jafeth, Noachs zonen, desgelijks ook Noachs huisvrouw, en de drie vrouwen zijner zonen met hem in de ark;

14Zij, en al het gedierte naar zijn aard, en al het vee naar zijn aard, en al het kruipend gedierte, dat op de aarde kruipt, naar zijn aard, en al het gevogelte naar zijn aard, alle vogeltjes van allerlei vleugel.

15En van alle vlees, waarin een geest des levens was, kwamen er twee en twee tot Noach in de ark.

Lees heel Genesis 7 →

Bijbelse onderwerpen bij dit vers

Lees Genesis 7:10-15 in de interactieve Bijbel →