Statenvertaling · Jakobs laatste woorden tot zijn zonen
11Hij bindt zijn jongen ezel aan den wijnstok, en het veulen zijner ezelin aan den edelste wijnstok; hij wast zijn kleed in den wijn, en zijn mantel in wijndruivenbloed.
12Hij is roodachtig van ogen door den wijn, en wit van tanden door de melk.