Genesis 49:1-6

Statenvertaling · Jakobs laatste woorden tot zijn zonen

1Daarna riep Jakob zijn zonen, en hij zeide: Verzamelt u, en ik zal u verkondigen, hetgeen u in de navolgende dagen wedervaren zal.

2Komt samen en hoort, gij, zonen van Jakob! en hoort naar Israel, uw vader.

3Ruben! gij zijt mijn eerstgeborene, mijn kracht, en het begin mijner macht; de voortreffelijkste in hoogheid, en de voortreffelijkste in sterkte!

4Snelle afloop als der wateren, gij zult de voortreffelijkste niet zijn! want gij hebt uws vaders leger beklommen; toen hebt gij het geschonden; hij heeft mijn bed beklommen!

5Simeon en Levi zijn gebroeders! hun handelingen zijn werktuigen van geweld!

6Mijn ziel kome niet in hun verborgen raad; mijn eer worde niet verenigd met hun vergadering! want in hun toorn hebben zij de mannen doodgeslagen, en in hun moedwil hebben zij de ossen weggerukt.

Lees heel Genesis 49 →

Bijbelse onderwerpen bij dit vers

Lees Genesis 49:1-6 in de interactieve Bijbel →