Genesis 48:5-8

Statenvertaling · Jakob zegent de zonen van Jozef

5Nu dan, uw twee zonen, die u in Egypteland geboren waren, eer ik in Egypte tot u gekomen ben, zijn mijne; Efraim en Manasse zullen mijne zijn, als Ruben en Simeon.

6Maar uw geslacht, dat gij na hen zult gewinnen, zullen uwe zijn; zij zullen naar hunner broederen naam genoemd worden in hun erfdeel.

7Toen ik nu van Paddan kwam, zo is Rachel bij mij gestorven in het land Kanaan, op den weg, als het nog een kleine streek lands was, om tot Efrath te komen; en ik begroef haar aldaar aan den weg van Efrath, welke is Bethlehem.

8En Israel zag de zonen van Jozef, en zeide: Wiens zijn deze?

Lees heel Genesis 48 →

Bijbelse onderwerpen bij dit vers

Lees Genesis 48:5-8 in de interactieve Bijbel →