Genesis 47:7-12

Statenvertaling · Jozefs maatregelen

7En Jozef bracht zijn vader Jakob mede, en stelde hem voor Farao's aangezicht; en Jakob zegende Farao.

8En Farao zeide tot Jakob: Hoe vele zijn de dagen der jaren uws levens!

9En Jakob zeide tot Farao: De dagen der jaren mijner vreemdelingschappen zijn honderd en dertig jaren; weinig en kwaad zijn de dagen der jaren mijns levens geweest, en hebben niet bereikt de dagen van de jaren des levens mijner vaderen, in de dagen hunner vreemdelingschappen.

10En Jakob zegende Farao, en ging uit van Farao's aangezicht.

11En Jozef bestelde voor Jakob en zijn broederen woningen, en hij gaf hun een bezitting in Egypteland, in het beste van het land, in het land Rameses, gelijk als Farao geboden had.

12En Jozef onderhield zijn vader, en zijn broeders, en het ganse huis zijns vaders, met brood, tot den mond der kinderkens toe.

Lees heel Genesis 47 →

Bijbelse onderwerpen bij dit vers

Lees Genesis 47:7-12 in de interactieve Bijbel →