Genesis 46:32-34

Statenvertaling · Jakob trekt naar Egypte

32En die mannen zijn schaapherders; want het zijn mannen, die met vee omgaan; en zij hebben hun schapen, en hun runderen, en al wat zij hebben, medegebracht.

33Wanneer het nu geschieden zal, dat Farao ulieden zal roepen, en zeggen: Wat is uw hantering?

34Zo zult gij zeggen: Uw knechten zijn mannen, die van onze jeugd af tot nu toe met vee omgegaan hebben, zo wij als onze vaders; opdat gij in het land Gosen moogt wonen; want alle schaapherder is de Egyptenaren een gruwel.

Lees heel Genesis 46 →

Bijbelse onderwerpen bij dit hoofdstuk

Lees Genesis 46:32-34 in de interactieve Bijbel →