Statenvertaling · Tweede reis van Jozefs broeders naar Egypte
9Ik zal borg voor hem zijn; van mijn hand zult gij hem eisen; indien ik hem tot u niet breng en hem voor uw aangezicht stel, zo zal ik alle dagen tegen u gezondigd hebben!
10Want hadden wij niet gezuimd, voorwaar, wij waren alreeds tweemaal wedergekomen.