Genesis 41:27-34

Statenvertaling · De dromen van Farao – Jozef verhoogd

27En die zeven ranke en lelijke koeien, die na gene opkwamen, zijn zeven jaren; en die zeven ranke van den oostenwind verzengde aren zullen zeven jaren des hongers wezen.

28Dit is het woord, hetwelk ik tot Farao gesproken heb: hetgeen God is doende, heeft Hij Farao vertoond.

29Zie, de zeven aankomende jaren, zal er grote overvloed in het ganse land van Egypte zijn.

30Maar na dezelve zullen er opstaan zeven jaren des hongers; dan zal in het land van Egypte al die overvloed vergeten worden; en de honger zal het land verteren.

31Ook zal de overvloed in het land niet gemerkt worden, vanwege dienzelven honger, die daarna wezen zal; want hij zal zeer zwaar zijn.

32En aangaande, dat die droom aan Farao ten tweeden maal is herhaald, is, omdat de zaak van God vastbesloten is, en dat God haast, om dezelve te doen.

33Zo zie nu Farao naar een verstandigen en wijzen man, en zette hem over het land van Egypte.

34Farao doe zo, en bestelle opzieners over het land; en neme het vijfde deel des lands van Egypte in de zeven jaren des overvloeds.

Lees heel Genesis 41 →

Bijbelse onderwerpen bij dit vers

Lees Genesis 41:27-34 in de interactieve Bijbel →