Genesis 38:17-18

Statenvertaling · Juda en Tamar

17En hij zeide: Ik zal u een geitenbok van de kudde zenden. En zij zeide: Zo gij pand zult geven, totdat gij hem zendt.

18Toen zeide hij: Wat pand is het, dat ik u geven zal? En zij zeide: Uw zegelring en uw snoer en uw staf, die in uw hand is; hetwelk hij haar gaf, en ging tot haar in; en zij ontving bij hem.

Lees heel Genesis 38 →

Bijbelse onderwerpen bij dit vers

Lees Genesis 38:17-18 in de interactieve Bijbel →