Genesis 33:14-17

Statenvertaling · Jakob met Esau verzoend

14Mijn heer trekke toch voorbij, voor het aangezicht van zijn knecht; en ik zal mij op mijn gemak als leidsman voegen, naar den gang van het werk, hetwelk voor mijn aangezicht is, en naar den gang dezer kinderen, totdat ik bij mijn heer te Seir kome.

15En Ezau zeide: Laat mij toch van dit volk, dat met mij is, u bijstellen. En hij zeide: Waartoe dat? laat mij genade vinden in mijns heren ogen!

16Alzo keerde Ezau dien dag wederom zijns weegs naar Seir toe.

17Maar Jakob reisde naar Sukkoth, en bouwde een huis voor zich, en maakte hutten voor zijn vee; daarom noemde hij den naam dier plaats Sukkoth.

Lees heel Genesis 33 →

Bijbelse onderwerpen bij dit vers

Lees Genesis 33:14-17 in de interactieve Bijbel →