Statenvertaling · Jakob met Esau verzoend
12En hij zeide: Laat ons reizen en voorttrekken; en ik zal voor u trekken.
13Maar hij zeide tot hem: Mijn heer weet, dat deze kinderen teder zijn, en dat ik zogende schapen en koeien bij mij heb; indien men dezelve maar een dag afdrijft, zo zal de gehele kudde sterven.