Genesis 32:27-30

Statenvertaling · Jakob vreest Esau te ontmoeten

27En Hij zeide tot hem: Hoe is uw naam? En hij zeide: Jakob.

28Toen zeide Hij: Uw naam zal voortaan niet Jakob heten, maar Israel; want gij hebt u vorstelijk gedragen met God en met de mensen, en hebt overmocht.

29En Jakob vraagde, en zeide: Geef toch Uw naam te kennen. En Hij zeide: Waarom is het, dat gij naar Mijn naam vraagt? En Hij zegende hem aldaar.

30En Jakob noemde den naam dier plaats Pniel: Want, zeide hij, ik heb God gezien van aangezicht tot aangezicht, en mijn ziel is gered geweest.

Lees heel Genesis 32 →

Bijbelse onderwerpen bij dit vers

Lees Genesis 32:27-30 in de interactieve Bijbel →