Statenvertaling · Jakob vreest Esau te ontmoeten
22En hij stond op in dienzelfden nacht, en hij nam zijn twee vrouwen, en zijn twee dienstmaagden, en zijn elf kinderen, en hij toog over het veer van de Jabbok.
23En hij nam ze, en deed hen over die beek trekken; en hij deed overtrekken hetgeen hij had.