Genesis 3:20-22

Statenvertaling · De eerste zonde

20Voorts noemde Adam den naam zijner vrouw Heva, omdat zij een moeder aller levenden is.

21En de HEERE God maakte voor Adam en zijn vrouw rokken van vellen, en toog ze hun aan.

22Toen zeide de HEERE God: Ziet, de mens is geworden als Onzer een, kennende het goed en het kwaad! Nu dan, dat hij zijn hand niet uitsteke, en neme ook van den boom des levens, en ete, en leve in eeuwigheid.

Lees heel Genesis 3 →

Bijbelse onderwerpen bij dit vers

Lees Genesis 3:20-22 in de interactieve Bijbel →