Genesis 27:9-12

Statenvertaling · Jakob ontsteelt Esau de vaderlijke zegen

9Ga nu heen tot de kudde, en haal mij van daar twee goede geitenbokjes; en ik zal die voor uw vader maken tot smakelijke spijzen, gelijk als hij gaarne heeft.

10En gij zult ze tot uw vader brengen, en hij zal eten, opdat hij u zegene voor zijn dood.

11Toen zeide Jakob tot Rebekka, zijn moeder: Zie, mijn broeder Ezau is een harig man, en ik ben een glad man.

12Misschien zal mij mijn vader betasten, en ik zal in zijn ogen zijn als een bedrieger; zo zoude ik een vloek over mij halen, en niet een zegen.

Lees heel Genesis 27 →

Bijbelse onderwerpen bij dit vers

Lees Genesis 27:9-12 in de interactieve Bijbel →