Statenvertaling · Jakob ontsteelt Esau de vaderlijke zegen
7Breng mij een wildbraad, en maak mij smakelijke spijzen toe, dat ik ete; en ik zal u zegenen voor het aangezicht des HEEREN, voor mijn dood.
8Nu dan, mijn zoon! hoor mijn stem in hetgeen ik u gebiede.