Genesis 27:6-11

Statenvertaling · Jakob ontsteelt Esau de vaderlijke zegen

6Toen sprak Rebekka tot Jakob, haar zoon, zeggende: Zie, ik heb uw vader tot Ezau, uw broeder, horen spreken, zeggende:

7Breng mij een wildbraad, en maak mij smakelijke spijzen toe, dat ik ete; en ik zal u zegenen voor het aangezicht des HEEREN, voor mijn dood.

8Nu dan, mijn zoon! hoor mijn stem in hetgeen ik u gebiede.

9Ga nu heen tot de kudde, en haal mij van daar twee goede geitenbokjes; en ik zal die voor uw vader maken tot smakelijke spijzen, gelijk als hij gaarne heeft.

10En gij zult ze tot uw vader brengen, en hij zal eten, opdat hij u zegene voor zijn dood.

11Toen zeide Jakob tot Rebekka, zijn moeder: Zie, mijn broeder Ezau is een harig man, en ik ben een glad man.

Lees heel Genesis 27 →

Bijbelse onderwerpen bij dit vers

Lees Genesis 27:6-11 in de interactieve Bijbel →