Genesis 27:23-25

Statenvertaling · Jakob ontsteelt Esau de vaderlijke zegen

23Doch hij kende hem niet, omdat zijn handen harig waren, gelijk zijns broeders Ezau's handen; en hij zegende hem.

24En hij zeide: Zijt gij mijn zoon Ezau zelf? En hij zeide: Ik ben het!

25Toen zeide hij: Stel het nabij mij, dat ik van het wildbraad mijns zoons ete, opdat mijn ziel u zegene. En hij stelde het nabij hem, en hij at; hij bracht hem ook wijn, en hij dronk.

Lees heel Genesis 27 →

Bijbelse onderwerpen bij dit vers

Lees Genesis 27:23-25 in de interactieve Bijbel →