Genesis 27:2-4

Statenvertaling · Jakob ontsteelt Esau de vaderlijke zegen

2En hij zeide: Zie nu, ik ben oud geworden, ik weet den dag mijns doods niet.

3Nu dan, neem toch uw gereedschap, uw pijlkoker en uw boog, en ga uit in het veld, en jaag mij een wildbraad;

4En maak mij smakelijke spijzen, zo als ik die gaarne heb, en breng ze mij, dat ik ete; opdat mijn ziel u zegene, eer ik sterve.

Lees heel Genesis 27 →

Bijbelse onderwerpen bij dit vers

Lees Genesis 27:2-4 in de interactieve Bijbel →