Genesis 27:17-19

Statenvertaling · Jakob ontsteelt Esau de vaderlijke zegen

17En zij gaf de smakelijke spijzen, en het brood, welke zij toegemaakt had, in de hand van Jakob, haar zoon.

18En hij kwam tot zijn vader, en zeide: Mijn vader! En hij zeide: Zie, hier ben ik; wie zijt gij, mijn zoon?

19En Jakob zeide tot zijn vader: Ik ben Ezau uw eerstgeborene; ik heb gedaan, gelijk als gij tot mij gesproken hadt; sta toch op, zit, en eet van mijn wildbraad, opdat uw ziel mij zegene.

Lees heel Genesis 27 →

Bijbelse onderwerpen bij dit vers

Lees Genesis 27:17-19 in de interactieve Bijbel →