Genesis 26:7-8

Statenvertaling · Isaak bij de Filistijnen

7En als de mannen van die plaats hem vraagden van zijn huisvrouw, zeide hij: Zij is mijn zuster; want hij vreesde te zeggen, mijn huisvrouw; opdat mij misschien, zeide hij, de mannen dezer plaats niet doden, om Rebekka; want zij was schoon van aangezicht.

8En het geschiedde, als hij een langen tijd daar geweest was, dat Abimelech, de koning der Filistijnen, ten venster uitkeek, en hij zag, dat, ziet, Izak was jokkende met Rebekka zijn huisvrouw.

Lees heel Genesis 26 →

Bijbelse onderwerpen bij dit vers

Lees Genesis 26:7-8 in de interactieve Bijbel →