Genesis 26:16-20

Statenvertaling · Isaak bij de Filistijnen

16Ook zeide Abimelech tot Izak: Trek van ons; want gij zijt veel machtiger geworden, dan wij.

17Toen toog Izak van daar, en hij legerde zich in het dal van Gerar, en woonde aldaar.

18Als nu Izak wedergekeerd was, groef hij die waterputten op, die zij ten tijde van Abraham, zijn vader, gegraven, en die de Filistijnen na Abrahams dood toegestopt hadden; en hij noemde derzelver namen naar de namen, waarmede zijn vader die genoemd had.

19De knechten van Izak dan groeven in dat dal, en zij vonden aldaar een put van levend water.

20En de herders van Gerar twistten met Izaks herders, zeggende: Dit water hoort ons toe! Daarom noemde hij de naam van die put Esek, omdat zij met hem gekeven hadden.

Lees heel Genesis 26 →

Bijbelse onderwerpen bij dit vers

Lees Genesis 26:16-20 in de interactieve Bijbel →