Statenvertaling · Abrahams dood
29En Jakob had een kooksel gekookt; en Ezau kwam uit het veld, en was moede.
30En Ezau zeide tot Jakob: Laat mij toch slorpen van dat rode, dat rode daar, want ik ben moede; daarom heeft men zijn naam genoemd Edom.
31Toen zeide Jakob: Verkoop mij op dezen dag uw eerstgeboorte.