Statenvertaling · Sara’s dood en begrafenis
5En de zonen Heths antwoordden Abraham, zeggende tot hem:
6Hoor ons, mijn heer! gij zijt een vorst Gods in het midden van ons; begraaf uw dode in de keure onzer graven; niemand van ons zal zijn graf voor u weren, dat gij uw dode niet zoudt begraven.
7Toen stond Abraham op, en boog zich neder voor het volk des lands, voor de zonen Heths;
8En hij sprak met hen, zeggende: Is het met uw wil, dat ik mijn dode begrave van voor mijn aangezicht; zo hoort mij, en spreekt voor mij bij Efron, den zoon van Zohar,