Genesis 23:3-6

Statenvertaling · Sara’s dood en begrafenis

3Daarna stond Abraham op van het aangezicht van zijner dode, en hij sprak tot de zonen Heths, zeggende:

4Ik ben een vreemdeling en inwoner bij u; geef mij een erfbegrafenis bij u, opdat ik mijn dode van voor mijn aangezicht begrave.

5En de zonen Heths antwoordden Abraham, zeggende tot hem:

6Hoor ons, mijn heer! gij zijt een vorst Gods in het midden van ons; begraaf uw dode in de keure onzer graven; niemand van ons zal zijn graf voor u weren, dat gij uw dode niet zoudt begraven.

Lees heel Genesis 23 →

Bijbelse onderwerpen bij dit vers

Lees Genesis 23:3-6 in de interactieve Bijbel →