Genesis 16:12-13

Statenvertaling · Hagars vlucht voor Sarai

12En hij zal een woudezel van een mens zijn; zijn hand zal tegen allen zijn, en de hand van allen tegen hem; en hij zal wonen voor het aangezicht van al zijn broederen.

13En zij noemde den Naam des HEEREN, Die tot haar sprak: Gij, God des aanziens! want zij zeide: Heb ik ook hier gezien naar Dien, Die mij aanziet?

Lees heel Genesis 16 →

Bijbelse onderwerpen bij dit vers

Lees Genesis 16:12-13 in de interactieve Bijbel →