Genesis 12:5-6

Statenvertaling · De roeping van Abram

5En Abram nam Sarai, zijn huisvrouw, en Lot, zijns broeders zoon, en al hun have, die zij verworven hadden, en de zielen, die zij verkregen hadden in Haran; en zij togen uit, om te gaan naar het land Kanaan, en zij kwamen in het land Kanaan.

6En Abram is doorgetogen in dat land, tot aan de plaats Sichem, tot aan het eikenbos More; en de Kanaanieten waren toen ter tijd in dat land.

Lees heel Genesis 12 →

Bijbelse onderwerpen bij dit vers

Lees Genesis 12:5-6 in de interactieve Bijbel →