Genesis 12:4-5

Statenvertaling · De roeping van Abram

4En Abram toog heen, gelijk de HEERE tot hem gesproken had; en Lot toog met hem; en Abram was vijf en zeventig jaren oud, toen hij uit Haran ging.

5En Abram nam Sarai, zijn huisvrouw, en Lot, zijns broeders zoon, en al hun have, die zij verworven hadden, en de zielen, die zij verkregen hadden in Haran; en zij togen uit, om te gaan naar het land Kanaan, en zij kwamen in het land Kanaan.

Lees heel Genesis 12 →

Bijbelse onderwerpen bij dit vers

Lees Genesis 12:4-5 in de interactieve Bijbel →