Genesis 11:2-5

Statenvertaling · De torenbouw van Babel

2Maar het geschiedde, als zij tegen het oosten togen, dat zij een laagte vonden in het land Sinear; en zij woonden aldaar.

3En zij zeiden een ieder tot zijn naaste: Kom aan, laat ons tichelen strijken, en wel doorbranden! En de tichel was hun voor steen, en het lijm was hun voor leem.

4En zij zeiden: Kom aan, laat ons voor ons een stad bouwen, en een toren, welks opperste in den hemel zij, en laat ons een naam voor ons maken, opdat wij niet misschien over de ganse aarde verstrooid worden!

5Toen kwam de HEERE neder, om te bezien de stad en den toren, die de kinderen der mensen bouwden.

Lees heel Genesis 11 →

Bijbelse onderwerpen bij dit vers

Lees Genesis 11:2-5 in de interactieve Bijbel →