Statenvertaling · Geen dienstbaarheid meer
9En nu, als gij God kent, ja, veelmeer van God gekend zijt, hoe keert gij u wederom tot de zwakke en arme beginselen, welke gij wederom van voren aan wilt dienen?
10Gij onderhoudt dagen, en maanden, en tijden, en jaren.
11Ik vrees voor u, dat ik niet enigszins tevergeefs aan u gearbeid heb.